Aiaiai, arancini!

Risotto is absoluut één van mijn lievelings. Het is romig, vullend, warm en het allerbelangrijkste: het is nooit saai! Je kunt er duizend-en-één kanten mee op, of – if you may - in zeven sloten tegelijk.

En om die reden is risotto een mogelijkheid om restjes op te maken (zoals deze zondagse risotto). Maar wat als je leftovers hebt van je leftover risotto?

Dan, beste mensen, maak je arancini. De enige reden waarom frituurvet en paneermeel zijn uitgevonden, als je het mij vraagt. Het is ook bijna net zo simpel als het frituren van een kroket. Klaar voor? Ok! Dit is hoe het er ongeveer uit moet komen te zien:

10565074_704600189576163_3390079726972913471_n

Ingredienten:
– je gebruikt de leftover risotto als basis.
– panko, japans paneermeel
– 1 ei, losgeklopt
– 1 bol mozarella
– 1 handje verse kruiden, passend bij je risotto. (Maar zeker peterselie!)

Handen uit de mouwen en…
1. Snijd de mozarella fijn, bestrooi met peper en zout.
2. Snijd peterselie fijn
3. Meng door je risotto
4. Maak kleine balletjes, ter grootte van een bitterbal.
5. Rol door een losgeklopt ei, dan door de panko.
6. Frituur in een paar minuten goudbruin, op 160 graden.

Serveer met een schijfje citroen en, als een dip zoals bijvoorbeeld truffelmayonaise. Meng dit laatste met yoghurt om het een iets frisser en lichter geheel te maken.

Een rammend goede risotto

Deze leftover risotto. Want voor wie ik ook kook, ik maak altijd te veel. Maar wat ik ook heb gekookt, weggooien is geen optie. Voedselverspilling is zo 2006, lieve mensen.

En dus maak ik met de restjes van drie verschillende gangen één heerlijke risotto. Met garnalen én met wijn. Ook schaaldieren moeten zwemmen. Beetje groen, beetje roze, beetje verse kruiden en het eindresultaat zou zoiets als dit moeten worden:

risotto

 

Ingrediënten: 

– je overgebleven, ongekookte risotto
– 1 witte uit, fijn gesneden
– 1 teentje knoflook, geplet en fijn gesneden
– 1 bosui, in ringetjes gesneden
– een halve courgette, in plakken geschaafd
– een handje tuinkers
– eventueel verse munt
– eventueel overgebleven groene groentes, zoals tuinerwten of spinazie
– een paar flinke slokken wijn voor de risotto
– een paar flinke slokken wijn voor jezelf
– je overgebleven, ongebakken garnalen
– een klont boter
– parmezaanse kaas, heuj heuj heuj!

Handen uit de mouwen en…
1. Bak de ui in olijfolie
2. Voeg, als de uit glazig is, de risotto rijst toe
3. Vlak voor je het afblust met wijn, voeg de knoflook toe. Bak al roerend 30 seconden mee
4. Blus af met wijn.
5. Kook zoals elke risotto, telkens een schep bouillon erbij. En roeren, roeren! V
6. Gril ondertussen je plakken courgette in een pan met olijfolie. Bestrooi met peper en zout tijdens het bakken
7. Bak in een andere pan je garnalen in een paar minuten gaar. Blus af met een klein beetje wijn en citroensap. Giet er vlak voor je het vuur afzet en klein beetje zoete chilisaus overheen en schep de garnalen voorzichtig om.
8. Is je risotto bijna klaar? Voeg je groene groentes toe, maar houd de courgette apart!
9. Haal de pan van het vuur, knal er een koude klont boter en flinke hand parmezaanse kaas (heuj, heuj, heuj!) doorheen en schep op een bord.
10. Leg de courgette en garnalen op je risotto en bestrooi met verse kruiden zoals lente ui, tuinkers en eventueel munt.

ETEN!

Met mes en hork!

Het zijn de twee dingen aan mij die je niet kunt missen: mijn liefde voor eten en horken. In het een ben ik wat meer succesvol dat het anderen, maar over beide praat ik graag.

Daarom worden gerechten & geruchten nu gebundeld op @Metmesenhork. Misschien steek je er wat van op, maar het is vooral lekker om naar te kijken en leuk om te lezen. Als het goed is!

Kijken & kwijlen doe je hier

Schermafbeelding 2015-04-06 om 16.06.46

Schermafbeelding 2015-04-06 om 16.06.34

Je was mijn oom.

Het was dinsdagochtend, kwart voor negen. De zon scheen door het glas in lood in mijn kamer. Na koude, donkere dagen vond de zon de kracht zich door de wolken te vechten en over de Amsterdamse daken mijn huis en hart binnen te komen. Het was eerder licht die dag dan elke dag de afgelopen maand. Die zon vocht die ochtend drieënhalf uur, jij vocht 18 jaar. Een aantal jaar geleden leerde ik de zin “everything will be okay in the end. If it’s not okay, it’s not the end.” Je strijd is ten einde, en dat is oké.

Twee jaar terug, in het heetst van die strijd, schrok ik op. Had ik eigenlijk wel genoeg herinneringen aan je? Hebben we genoeg mooie dingen meegemaakt? Er was totaal geen aanleiding voor die gedachte. Maar iedereen weet dat je naarmate je ouder wordt na gaat denken over die dingen. Zelfs als je nog zo jong bent als ik. Ik zette ons leven samen op een rijtje en hoewel ik oorspronkelijk overtuigd was dat ik echt te weinig dingen met je deelde, ben ik er de afgelopen twee jaar achter gekomen dat er meer te vertellen valt dan dat ik in eerste instantie dacht. Veel meer.

Laat ik vooropstellen dat dit vertellen niet makkelijk is. Niet makkelijk vanwege de reden dat ik dit wil delen, maar helemaal niet makkelijk omdat dit wel een verdomd goed stukje moet worden. Je was namelijk ongeveer mijn grootste fan als het gaat om mijn schrijven. Keer op keer verkondigde je weer aan mij, of aan iedereen die het wilde horen, wat voor leuke stukjes ik toch schreef. Ik zag jouw trots en genoot. Ter voorbereiding op het schrijven van een stuk dat je vandaag eer aan doet, nuttigde ik een whisky-cola, een rum-cola, rookte ik een sigaretje en zag ik ADO Den Haag afgelopen zaterdag winnen. Ik gooide mijn hart en hoofd open om de herinneringen op te halen. Dingen die jij je misschien al niet eens meer kon herinneren.

Je was mijn oom. Mijn oom die ik maar een keer echt boos heb gezien. Het was op mijn zesde verjaardag. Dit is niet alleen bijzonder lang geleden, maar ook bijzonder verrassend aangezien ik een tijdje bij hem en Carla woonde in mijn pubertijd. Het was mijn zesde verjaardag en ik wilde je in je neus knijpen. Hoewel alle volwassenen zeiden dat het niet mocht, deed ik het toch. Want jij zei niets. Een hevige bloedneus volgde, je werd boos en ik werd met mijn bordje eten van de Chinees om de hoek naar de gang gestuurd. Ik snapte er niets van. Schoorvoetend bood ik mijn excuses aan en gelijk was alles weer goed.

Je was mijn oom van wie ik wel vaker niets snapte. Als echte Hagenees had je een bijzonder gevoel voor humor dat ik pas op latere leeftijd wist te waarderen. Maar toen die waardering er was, ging het ook niet meer weg. Naarmate ik ouder werd, zag ik steeds meer dingen die ik in je bewonder: je doorzettingsvermogen, bijvoorbeeld. je optimisme dat soms op de meeste vreemde manier tot uiting kwam. Maar ook de liefde die we deelden voor dingen. Voor Zuid-Afrika en voor voetbal op de zondagmiddag. En zo kwam het dat we vaak de familieaangelegenheden lieten voor wat ze waren en lekker op de bank de Eredivisie onder de loep namen. Al viel ik de laatste keer in slaap. Iets wat jij dan weer bijzonder grappig vond.

Je was mijn oom bij wie ik altijd welkom was. Bij wie iedereen altijd welkom was. In januari 2008 bezocht ik jou en Carla samen met mijn beste vriendin Jozien in Spanje. Mijn zusje Marieke bezocht je een aantal jaren daarvoor met haar beste vriendin Manon op de camping. En mijn zus had de logeerpartij van haar leven toen zij tijdelijk in het gezin aan de Hoenderloostraat in Den Haag werd genomen toen mama, zwanger van mij, in het ziekenhuis lag.

Voor haar, mijn moeder, was je een vriend: steun en toeverlaat in de moeilijke tijden en een feestganger in mooie tijden. Nooit te beroerd om een klusje te doen, een luisterend oor te bieden voor problemen of je nichies op te vangen wanneer mijn moeder dat niet kon en er zelf genoot je er ook nog eens optimaal van. Je ziekte was iets wat ons als gezin raakte: aan menig ziekenhuisbed hebben we heel wat herinneringen opgehaald. Bedankt, voor al de mooie jaren, jaren van steun, van verdriet en maar bovenal, jaren van plezier.

Je was mijn oom die ik tijdens die vakantie in Spanje in al zijn puurheid heb leren kennen. Een grote mond, een klein hartje. Een held op sokken. Maar wel de allerliefste.
We hadden een heerlijke dag beleefd en reden terug naar huis. Onderweg zagen Jozien en ik een sinaasappelboomgaard en we zagen onze kans schoon. Of je even wilde stoppen. Geen probleem natuurlijk, tot je erachter kwam dat we sinaasappels aan het plukken waren. Dat is stelen! Terug in de auto! Toen we even later citroenen aan het plukken waren kreeg jehet Spaans benauwd toen er tegenliggers op die afgelaten weg aan kwamen. Schreeuwend dat we terug moesten komen, zette je de auto vast in zijn één en terwijl wij langs de auto renden om erin te springen trok je al bijna op naar zijn twee. Een volleerd vluchtwagenchauffeur, ik kan niet anders zeggen. Je kunt je voorstellen hoe het eruit zag toen Jozien en ik met hem mee moesten om al rijdend in de auto met een laptop op schoot illegaal wifi-netwerken op te pikken. Je was doodsbang dat je betrapt zou worden.

Je was mijn oom die van reizen hield, veel op vakantie ging. En hoewel je tientallen buitenlandse avonturen hebt beleefd, weet ik zeker dat dit een van je favoriete avonturen was. Je sprak er elk jaar weer over.

Je was ook mijn oom die vakanties gebruikten om je nichies gek te maken, zo vlak voor hun verjaardag. Wanneer we je uitnodigden zei je, zonder dat je nog maar een datum had gehoord: “dan kan ik niet, dan ben ik op vakantie. Pech!” Ik liet me niet kisten en zei altijd: “haha, stom hoor! Je komt gewoon!”. De laatste jaren kondigde ik het zelf al aan. “ Sjors, ik vier mijn verjaardag en ik weet al dat je dan niet op vakantie bent!” Je was er altijd.

Over drie weken ben ik jarig, dan ben je er niet. En dat is goed. Je bent nu echt op een welverdiende vakantie. En dat is heel verdrietig, but it’s okay.

Koninklijk simpele pompoensoep

Soep is zó:
1. lekker
2. makkelijk
3. voedzaam
4. verantwoord (mits je er geen frituurvet in gooit.)

En pompoen en zoete aardappel zijn prachtige van kleur en ontzettend lekker! Het zelfde geldt voor de prachtige Thaise gember & koriander. Meng dit alles en eet het warm in hartje wint, of serveer het in de zomer (of op koningsdag, jouw feestje) als gazpacho-variatie!

pompoensoep

Ingrediënten, voor vier personen
– 1 kleine flespompoen
– 3 middelgrote zoete aardappels
– 1 ui
– 2 teentjes knoflook
– 1 liter kokend water 1 groente bouillonblokje
– 1 stronk gember ter grote van een wijsvinger, geschild en in plakjes gesneden
– een halve Spaanse peper (want ik ben een mietje)
– een theelepel komijnzaad
– een handvol verse koriander (apart serveren, sommige mensen worden verdrietig van koriander)
– 4 eetlepels crème fraîche

Handen uit de mouwen en…
1. schild de pompoen en zoete aardappels. (deze laatste gaan iets makkelijker als je ze een halve minuut laat weten in kokend water)
2. snijd beide in kleine blokjes.
3. Bak in een soeppan de ui met wat olijfolie
4. Voeg de pompoen, aardappel en in plakjes gesneden gember toe, goed blijven roeren.
5. Voeg na een paar minuten nog een beetje olijfolie toe
6. Bak nog voor een minuten of vijf en voeg peper de knoflook toe en bak kort (30 seconden) mee.
7. Giet af met een liter bouillon. Voeg eventueel nog wat water toe zodat de pompoen en aardappels onder water staan.
8. Voeg de komijn, peper en zout toe en laat ongeveer 10 minuten zachtjes koken.
9. Pureer het geheel met een staafmixer. De soep mag, zeker voor een winterse kost lekker dik zijn. Wil je ‘m toch wat dunner, voeg dan beetje bij beetje wat water toe. (Houdt er wel rekening mee dat je ‘m dan ook wat meer mag kruiden)
10. Serveer in een kom met een lepel crème fraîche en wat grof gehakte koriander. Getoast broad met roomboter doet het er erg goed bij!

Power to the Rainbow nation

“The greatest glory in living lies not in never falling, but in rising every time we fall.”

Madiba has died. At age 95, after a life no one else in the world could ever live, he passed away. He leaves a legacy that will reach far beyond what he ever expected. And it makes me sad. Sad beyond believe. Not only has he given my South African friends a country to be proud of; he gave the world a country to admire. And because all he did, he gave South Africans the ability to present themselves as the rainbow nation. These people mean the world to me. This country, means the world to me. His achievements, mean everything.

To all my friends in South Africa: please make him proud. Carry on his legacy. Keep South Africa the country I fell truly, madly, deeply in love with three years ago. One man started this great nation. It’s up to you to keep it going. I know you can.

One Lazy, leftover sunday afternoon…

Er werd schoongemaakt, opgeruimd en gekookt. Vooral gekookt!
Bij het openen van mijn koelkast werd ik geconfronteerd met mijn voorliefde voor de Ten Kate-markt op zaterdag. Vorige week zaterdag. Want hoewel ik gisteren meer dan voldoende groente in een pan heb gemieterd en daar vol overgave een staafmixer en wat kookroom op heb los gelaten, zijn er na een kaasprei-soep en tomatenenpaprika-soep nog steeds meer dan voldoende groente over.

En daarom: Leftover Sunday!

Er was eens een venkel, een aardappel of zes, een bakje kastanjechampignons, basilicum en drie prachtige zoete aardappels. En daar kan ik wel wat mee. Namelijk het volgende:

Venkelpuree en chips van zoete aardappel.

Venkelpuree en chips van zoete aardappel.

Ook indruk maken? Het is zo simpel!

Men neme:
1 venkel
1 (kleine) aardappel
een halve ui
2 teentjes knoflook
wat geraspte oude kaas
1 zoete aardappel
wat kastanje champignons
verse basilicum
1 eetlepel mayonaise.

En dan, ubersimpel:
Schil en rasp allereerst de zoete aardappel. Het schillen van dit oranje kreng is net wat makkelijker wanneer je ‘ m een minuutje laat weken in gekookt water. Lekker tekeer gegaan met de dunschiller? Mooi. Leg de chips opzij. Verwarm ondertussen een flinke laag olie in een pan. ‘Flink’ als in: hier moet je iets in frituren, niet bakken.

Snij het groen van de venkel, het stukje ‘stronk’ en indien nodig, verwijder het ‘lelijke’ buitenland. Hak het in stukken en zet het in warm water.
Schil de aardappel en snijd deze in stukjes. Doe deze bij de venkel in de pan.
De venkel voor 5 minuten koken is voldoende.
Terwijl je dit op zet, gooi een handje vol zoete-aardappel-raspel in de olie. Hou het goed in de gaten en roer ze zo nu en dan los van elkaar. Wanneer ze bruin worden is het eigenlijk al te laat, dus hou ze goed in de gaten. Zijn ze wat lichter oranje en een beetje opgekruld? Schep ze op ee bord bedekt met keukenpapier en laat ze uitlekken. Dit kun je herhalen tot je aardappel op is.

Snipper de ui en bak deze in boter, vis (na 5 minuten) de venkel uit het water en bak de stukken venkel mee. Voeg op het eind de fijngesneden/geperste knoflook toe en bak deze max 1 minuutje mee. Haal van het vuur.

Snij de champignons in partjes, verwarm boter in de pan. Bak de champignons tot ze bijna beetgaar genoeg zijn dat je het lekker vindt. Zet het vuur voluit en giet wat sojasaus over de champignons. Deze wordt ‘sticky’. Zodra dit gebeurt, haal je de bruine rakkers van het vuur.

Wanneer de aardappel gekookt is, gooi ‘m bij de venkelmix, voeg wat oude kaas toe en 1: pureer het geheel met een staafmixer of, voor een beter resultaat 2:
verwerk het geheel in een keukenmachine tot een gladde puree. Op smaak brengen met zout en peper et voila!

Strijk de puree op een bord, leg de chips erop, de champignons er overheen en roer van gehakte basilicum door de mayonaise. Serveer de mayonaise op het bord en maak het af door her en der van basilicum op te mikken. Mooie dingen!

Allemachtig Prachtig.

Maandag 9 januari 2008. Samen met beste vriendin ooit Jozien, heb ik mijn handdoekje neergelegd in de grof betegelde voortuin van het Spaanse vakantiehuis van mijn oom en tante. Niet gerekend op het mooie weer die tijd van het jaar, moest ik van mijn oom een korte broek lenen. Een Bordeauxrood sportbroekje. Jozien nam, gehuld in een zwart broekje plaats naast mij. Mijn witte benen staken fel af tegen het zwart, het rood en de bruine benen van Jozien. Iets wat ook de aannemer van de buren niet ontving toen hij langs ons liep. “Aaah! Mucho Blanco!”
Woensdag 2 oktober 2013. Met beste huisgenoot ooit Elke loop ik, geheel gerekend op het mooie weer, over het drukke Djemaa El-Fnaa in Marakkech. Mijn Spaanse trauma ben ik inmiddels al lang te boven, dus schroom ik niet mijn witte staken tentoon te stellen. Iets wat de Marokkaanse class-A zonnebrillenverkoper ook niet ontgaat. “Oooh, you’re very white! Like chicken!”

Mooie dingen, zou je denken. Ik kan je vertellen dat het alleen nog maar mooier wordt. We zijn in Marokko: het land waar de Engelse vocabulaire van de plaatselijke, mannelijke bevolking beperkt is gebleven tot ‘oh my god nice ass look at me’ en waar wij schijnbaar een treffende gelijkenis vertonen met de enige twee popsterren wiens bestaan ook hier kenbaar is geworden: Shakira, en Lady Gaga. MOOIE DINGEN!

Maar alle gekheid op een stokje, dit land overtreft mijn stoutste dromen. Culinaire orgasmes bij de vleet want het eten danst, rent en zingt het uit op mijn tong. Tajines met verser dan vers rundvlees, pruimen, honing en amandelen. Yoghurt met dadels en noten. Marokkaanse salade, verse jus zover het oog reikt en heerlijk gegrilde visjes geserveerd met kikkererwten en een rijstsalade. Ik blijf hier.

Het blijkt helemaal mooi te worden wanneer we ons voornemen deze smaaksensaties te voorzien van wijn. Een kwartier lopen, paardenkoets in, paardenkoets uit, supermarkt in, supermarkt uit, ons ondertussen misselijk gegeten aan een kilo dadels die we voor een stuiver op de kop hebben getikt en weer lopen: nog steeds geen alcohol. Uiteraard wisten we dit, maar onze lust naar drank maakt dat we uitvoerig hebben rondgevraagd. De routebeschrijving bleek iets anders dan verwacht, maar een alleraardigste jongeman brengt ons uiteindelijk waar we zijn moeten: dé slijterij van Essouiara. Of een drankhol, bunker of kelder, if you please. Propvol maar voorzien van alle soorten drank.

Twee flessen wijn in de backpack en gaan!

Essouira is ook waar we twee dagen op het strand doorbrachten en waar we Ali ontmoeten. Een tassenverkoper met een uitstekende vocabulaire en teveel verhalen om ooit nog te kunnen stoppen met praten. Ik hou direct van deze man en koop daarom een prachtige leren tas. Geitenleer. “Hartstikke echt, ruik maar!” Briljante keus, zo blijkt, want inmiddels lijkt het alsof ik al een week een dode kameel in het ritszakje van mijn backpack verstop. Ik zeg het jullie:
Mooie dingen!

Inmiddels hebben we een nacht in een jeugdherberg – sorry, sekte – in Rabat doorgebracht waar we niet mochten roken, drinken, koken of naar mannen mochten kijken. In gedachte voegde ik ‘lachen’ nog even aan het lijstje toe en niet veel later zag ik een A4, die duidelijk met volle overtuiging – van wat dan ook – tegen de muur was geplakt. “It is forbidden to wash the wear.” Snappen jullie het nog?

Na Rabat zetten we koers naar Meknes, waar de mensen nog vriendelijker waren en het weer nog beter. Met dank aan onze twee Duitse vrienden van respectievelijk 32 en 72 jaar oud, die we hebben opgedoken in het Ibis hotel waar we zonder te betalen het zwembad in wilde sneaken, hebben we zelfs en nachtleven van Meknes onder de loep genomen. Biertjes met popcorn en olijven terwijl een Marokkaan op een keyboard elk mogelijk lokaal geluid weet te imiteren. Ik kan het jullie niet vaak genoeg zeggen.
Moo-ie-di-ngen!

Meknes verruilden we voor Moulay Idriss, de plek die mij na al mijn reizen weer nieuwe ‘oooh’s’ en ‘aaaah’s’ liet verzuchten. Natuurlijke hot springs midden in een vallei, uitgestrekte landschappen zover dat je verwacht de ronding van de aarde te zien en wederom de mensen: wát een schatten!

We treinen, we bussen, we petit taxi’en en we grande taxi’en: met zijn zevenen in een vijfpersoons voertuig, zoals het in Afrika hoort. We hebben nog prachtige dingen in het vooruitzicht. Elke dag weer klopt mijn hart een beetje sneller voor alle pracht die dit land te bieden heeft en dat ik er middenin mag staan. ‘Mooie dingen’ zit nog niet in de Nederlandse vocabulaire hier. ‘Allemachtig prachtig’, zouden ze zeggen.

Generatie Y, als God in Frankrijk.

Die ochtenden waarop je bij de puberende meiden van het recreatieteam werd gedumpt om je eigen bingokaarten te maken terwijl je ouders damage control aan de compleet weg-geregende tent proberen te verrichtten ook helemaal zat? Kamperen in Frankrijk was lang niet altijd ‘goed nieuws onder de zon’. Maar nu is er Languedoc, waar de lucht altijd blauw is. En die snollen van het recreatieteam ben je inmiddels ook wel de baas.

Geef La France een tweede kans!

Lees meer op Stop and Stare.